Fotofreen (1)

Het is nu toch echt officieel. Ook weer niet echt officieel officieel, maar toch wel bevestigd. Door mijzelf weliswaar, maar toch. Ik ben fotofreen en lijd derhalve aan fotofrenie. Logisch. Natuurlijk – zoals iedere Nederlander – heb ik het direct gegoogled. Niets te vinden. Sterker nog, het woord bestaat niet eens. Heb ik weer. Ben ik er eindelijk achter wat ik heb, bestaat het niet. Dat zou kunnen betekenen dat ik niet heb wat ik heb. Ik ben dus niet fotofreen. Maar toch heb ik het. Gisteren achter gekomen. Omdat er een foto gemaakt moest worden. Nooit gedacht dat fotograferen een methode is om een diagnose te stellen. Nou ja, natuurlijk röntgenfoto’s buiten beschouwing gelaten. Zie het al voor me:
“Mag ik een foto van u maken, alstublieft?”
“Nou, moet dat met zo’n grote camera, meneer de fotograaf?”
“Jazeker, het is een heel speciale camera. Net gekocht in Rusland. Een uitverkoopje. Mag ik nu de foto maken?”
“Vooruit dan maar. Moet ik lachen, voor op de foto?”
“Welnee mevrouwtje, het wordt een röntgenfoto. Kijk maar gewoon naar het vogeltje.”
Afijn, toch is de diagnose fotofrenie gesteld door te fotograferen. Gisteren, dus. En zonder röntgencamera.

Het begin

Eigenlijk is het de schuld van Piet. Daar meneer Piet niet veroordeeld is, wordt hij hier als Piet L. te S. opgevoerd. Piet L. te S. is op de hoogte van mijn nieuwe fotoproject Mensen met… een hoed. Op Facebook plaatste hij, waarschijnlijk om enige gevoelens van jaloezie te laten ontplooien, een foto van een meneer met hoed. Een ware karakteristieke kop. Het plaatsen alleen bleek niet voldoende. Het werd ook nog eens tekstueel benadrukt. Een reactie bleef uit op mijn – logische – vraag wie de meneer op de foto is. Miek stak een helpende hand – ook op Facebook, dus virtueel – toe. De meneer van de foto kreeg een identiteit inclusief adres. Ha. Dank je wel, Miek! Houdoe, Piel L. te S.
Alsof het leven zelf al niet toevallig genoeg is, komt Miek een dag later de fotomeneer tegen. Op straat in het centrum te S. Lang verhaal kort, prima! In retrospectie is dit verhaal iets te kort. Iets uitgebreider dan maar. Miek vertelde dat de fotomeneer onderwerp van aandacht was op Facebook. En of hij nog een keer op de foto zou willen. Met hoed natuurlijk. Antwoord: prima!

Op we gaan (vrij vertaald van ‘up we go!’)

Na het aanbellen, hebben de fotomeneer en ik een afspraak gemaakt. Natuurlijk wil hij op de foto, maar wel na één uur. Als dat mogelijk is. En zo gebeurde. Eerst de honden uitgebreid begroeten. Even aan tafel een praatje pot. De fotomeneer heet officieel – in het echt – Ludo de Caluwé, maar hij heeft tal van bijnamen waaronder Loetje. Het verhaal wordt verteld hoe Piet L. te S. hem op de foto zette. Maar die Piet heeft wel een heel grote camera hoor. Kan je alles mee. Qua foto’s natuurlijk. U heeft zelf maar een kleine camera, zie ik. Hoezo is die niet automatisch? Die van Piet wel hoor. Een machtig ding van hem. Na het instellen van de belichting is het tijd voor de fotosessie zelf. Hoed erbij en zo zittend dat het bestaande licht goed valt. Ondertussen praten we gezellig door met het praatje pot. Ondertussen klik ik zo’n acht foto’s. Even een snelle controle en de foto’s aan meneer Ludo – alias Loetje – tonen. Het valt hem niet op dat hij naar zwart-wit foto’s zit te kijken. Grappig. De honden krijgen nog een uitgebreide aai ter afscheid, en natuurlijk Loetje zelf ook. Dat wil zeggen een hand als dank en afscheid. Deze man is werkelijk de vriendelijkheid zelve. Of – zoals Miek apptje – een schatje. En zo is het.

Fotofreen (2)

Terug naar mijn fotofrenie. Officieel heet het eigenlijk – conform de realiteit – autistische fotofrenie. Een verduidelijking. Neem mij mee naar een feest en ik ga in de hoek zitten kijken. Op een verjaardag of op bezoek idem dito. Het motto bij ons thuis is: neem hem niet mee, want je hebt er niets aan! En zo is het. Eigenlijk kan ik er niets aan doen. Waar moet je over praten? Ik ken mensen die de hele dag door rebbelen en kwebbelen. En waar gaat het over? Over niets! Tenminste niet iets wat bijster interessant is. Ben gewoon liever thuis, met een goed boek. Lekker rustig, met vrouw en hond. Het liefst zou ik eigenlijk mensen mijden. Mensen zijn eng. Ik weet nooit iets te zeggen en kan niet toneel spelen en doen alsof onaardige mensen aardig zijn. Dat is één kant.
Maar zodra er over fotografie – of over marketing en innovatie – gepraat kan worden, dan ben ik er. Zet mij voor een groep met 200 studenten om marketingles te geven, of een presentatie of cursus over fotografie en ik ben je mannetje. Even bij een vreemde – Loetje in dit geval – aanbellen voor een foto? No problem at all, just tell me when (there’s no why). Dat is de andere kant. Twee kanten die elkaar binnen een oogwenk kunnen afwisselen. Hoe dan ook, ik heb fotofrenie, kan er prima mee leven en heb een goede foto van Loetje met een hoedje.

Ludo de Caluwé (april, 2015)