Het is vrijdagavond en de duisternis gaat terstond haar intrede doen. Voor een fotoreportage over de suikerbietencampagne – mooi scrabblewoord overigens – wil ik een aantal foto’s maken van de suikerfabriek. Al enige weken is de bietencampagne aan de gang. Volop aan- en afrijdende vrachtwagens met en zonder suikerbieten. Op naar de fabriek, dus.

Vanuit verschillende perspectieven en vanaf verschillende afstanden fotografeer ik de suikerfabriek van de Suiker Unie. Hoewel ik toch een betrouwbaar uiterlijk heb, roep ik vraagtekens op tijdens het fotograferen. Dat komt zeker omdat het bijna donker is en omdat ik kleine onooglijke paadjes bewandel. Verschillende akkerbouwers stoppen met hun terreinwagen ter informatie naar mijn intenties. De antwoorden zijn bevredigend, evenals het kortstondige praatje pot.

Fotograferen bij de Suikerfabriek

Anders verloopt het bij de suikerfabriek zelf. Ongestoord, en als een echte spion, wordt het ene beeld naar het andere vastgelegd op de digitale sensor. De lens, of moet ik netjes objectief zeggen, past precies door het hekwerk. Mooie foto’s van het buitenterrein, waar de suikerbieten worden gelost, zijn het gevolg. Op naar het gebouw van de Suiker Unie zelf. Klinkt gedragen, maar het is aan de andere zijde van de weg. Helemaal.

Na een verkenning wordt het statief met de camera voor de hoofdingang geplaatst. Mooi perspectief met de vele verlichting en de gebouwen. Ook rijden vrachtwagens af en aan. Dit geeft mooie beweging in een statische foto. Eigenlijk verwacht ik dat een portier, of een beveiliger, uit de ingangsloge naar mij toe zal komen. Informeren naar het hoe en waarom. Maar het blijft onbeweeglijk stil, behalve de rijdende vrachtwagens dan. Van rechts komt een oude Volvo stationwagen langzaam voorbij rijden. Voor het statief stoppen zij net niet. Na het parkeren voor het hoofdgebouw komen twee mannen naar mij toe. Ahaa, here comes trouble! Zij lopen niet naast elkaar. Willen blijkbaar niet imponerend overkomen. Toch dicht achterelkaar om elkaar te steunen. Je weet maar nooit.

Vreemd gesprek

“Goedenavond, meneer.” De voorste is blijkbaar aangesteld als woordvoerder en doet zich als zodanig gelden.
“Goedenavond, heren.” De kop is eraf en ik ben benieuwd wat er gaat volgen. Altijd een spannend moment, omdat vanaf de openbare weg gewoon gefotografeerd mag worden. In dit geval was dat ook zo. De legaliteit is volkomen. Maar weten deze heren dat ook?
“Mag ik misschien vragen wat u aan het doen bent, meneer?”
“Ja hoor, natuurlijk mag u dat. Zie geen enkele reden waarom u dat niet zou mogen.” Op deze momenten voel ik feilloos aan dat vriendelijkheid het kernwoord is. Evenals de juiste intonatie. Dan geef je namelijk aan, de gesprekspartner – of in dit geval de vragensteller – serieus te nemen, zonder de situatie verkeerd in te schatten.
“Uhh… Wat bent u aan het doen, dan?”
“Ik ben aan het fotograferen.” Meneer de vragensteller kijkt mij aan. Op mijn gezicht niets anders dan een vriendelijke glimlach. Een uitdrukking van bereidwilligheid tot medewerking. U vraagt en wij draaien, in dit geval. Hij moest even nadenken. Had blijkbaar een iets uitgebreider antwoord verwacht. Althans, een antwoord waarin meer informatie vertegenwoordigd zou zijn. Maar de sfeer ademt vriendelijkheid uit. Zonder meer. Een ieder heeft een lach op het gezicht.
“Wat bent u specifiek aan het fotograferen, als ik vragen mag?” Nu heeft hij mij bij de ballen. De weg is afgesneden om wederom toestemming te geven de bedoelde vraag te stellen. Zou ook niet passend zijn. Het is donker, we staan schuin naast een lantaarnpaal, die het licht over ons uitstraalt. Daarbij is het wel een punt dat het wellicht vreemd is om hier, op een van God en alles verlaten weg, ver buiten de bebouwde kom, een beetje staan te fotograferen. Er zijn vreemdere dingen te bedenken. Maar toch is de gestelde vraag vreemd en geheel overbodig. Het is de klassieke vraag naar de bekende weg, maar meneer beseft dat niet in al zijn onschuld. Nadat de vraag gesteld is, kijk ik quasi onthutst naar hem, naar de camera, naar de fabriek en weer terug naar hem. Zo van wie neemt wie nu in de maling.
“Tja, als ik nu antwoord dat ik de suikerfabriek aan het fotograferen bent, wordt u dan boos?” Blijf glimlachen, jongen, blijf glimlachen. Of de man wordt boos of hij voelt zich beledigd, of hij voelt zich in de maling genomen of hij realiseert zich de overbodigheid van zijn vraag. Het laatste is het geval. Het is het begin van een kort prettig gesprek. Het is ook niet te verwachten dat iemand begrijpt dat er foto’s gemaakt kunnen worden in het nagenoeg pikkedonker.

“Tja, als ik nu antwoord dat ik de suikerfabriek aan het fotograferen bent, wordt u dan boos?”

Hoe dan ook, de foto is er in ieder geval naar. De fabriek van de Suiker Unie staat er goed op. Een niet alledaags nachtelijk perspectief met de beweging van de lampen van de vrachtwagens en de duidelijke accenten van de verlichting.